Grandonneur du Mont Ventoux – verslag - Aankomst en verkenning...

Artikelindex

Aankomst en verkenning...
Over de reis valt ook wel wat te vertellen, maar laten we het erop houden dat uiteindelijk iedereen tegen vrijdagmiddag met fiets en bagage veilig en wel in het hotel in Vaison La Romaine raakt. Het weer is dan alles behalve veelbelovend, ttz, het regent bij momenten pijpenstelen. Gelukkig klaart het daarna een beetje op zodat we toch nog even kunnen losfietsen. Er is dan wel nog maar tijd voor de verkenning van één rit. Malaucène is het dichtste bij, en de rest van de club is ook van plan de volgende dag de route Thérèse Roumanille te rijden, dus de keus is snel gemaakt. Samen met Wim, Jos en Bart bol ik naar Malaucène om eens te zien hoe die Thérèse eruit ziet. We rijden de eerste 3 à 4 kilometer, en de conclusie is duidelijk: geen snolletje dat zomaar plat gaat voor de eerste de beste wielertoerist: na Chapelle St-Roch moeten we bijna meteen van de fiets en te voet verder. Het goede nieuws is dat de route m.b.v. de kaartjes redelijk goed te vinden lijkt, we houden het er dus bij en haasten ons voor de volgende plensbui terug naar Vaison. Achteraf kijkt Wim de verslagen en de kaartjes nog eens na en ziet dat we waarschijnlijk dezelfde fout gemaakt hebben als Edwin, nl. iets te vroeg rechtsaf gegaan, en een stukje afgesneden. De echte route zal dus wellicht iets minder steil zijn, maar evengoed zal er daar wel gestapt moeten worden.

Aan de receptie informeer ik even naar de vooruitzichten voor de volgende dagen, en die zijn niet zo goed: zaterdag zou hetzelfde zijn als vrijdag, dus plensbuien afgewisseld met stortregens en een occasionele opklaring. Zondag zou het wel mooi weer worden. Ik wil echter liever niet tot zondag wachten, en we zouden graag ook nog de Gorges de La Nesque doen op zondag, dus na enig twijfelen hak ik de knoop door en beslis om de volgende dag, zaterdag, te rijden, kome wat komt. Uiteindelijk ben ik voorbereid op regen, ‘t is te zeggen, mijn kaartjes zijn perfect geplastificeerd ... .

De nacht voor een MTB marathon van enige betekenis slaap ik traditioneel nogal slecht, en dat is deze keer niet anders. Na een paar hazenslaapjes word ik wakker rond één uur en luister de rest van de nacht naar de regen die op het dak roffelt, en naar Siegfried die zich via de route des Cèdres blijkbaar een weg naar boven aan het zagen is. Om drie stopt het een tijdje met regenen, maar tegen half vijf begint het opnieuw en ik troost me met de gedachte dat al wat eruit is niet meer op mijn kop kan vallen. Om half zes sta ik dan maar op en begin aan mijn eerste berg van de dag: een flinke doos pasta met pesto wordt met succes naar binnen gewerkt. Ik wek Siegfried die zijn brandhout laat voor wat het is om me naar Bedoin te brengen (dank u Sigi!). Alles is al ingeladen, Siegfried piloteert ons in een oogwenk tot in Bedoin, stempeltje halen bij de bakker en dan naar de marmeren streep om de hoek. ’t Is heel lichtjes aan het motregenen, en de wolken zien er dreigend uit, maar vanop de Madeleine heb ik wel al een bedeesd opklarinkje zien piepen. ’t Is een heel apart gevoel om zo heel alleen aan de start te staan, ik ben hier weer aan iets begonnen, denk ik bij mezelf. Gelukkig spreekt Siegfried me wat moed in, “zo meteen ben je blij dat je vertrokken bent”. Hij weet zelf natuurlijk ook wel waarover hij spreekt, en gelijk heeft hij. Om 6:52:46 zet ik aan voor de eerste meters, in gedachten op de tonen van Boudewijns “Jimmy”. Hoe sterk is de eenzame fietser? We zullen het meteen weten.

e-max.it: your social media marketing partner