Ventoux-slaaf? - Route forestière

Artikelindex

Route forestière
In Bedoin haal ik mijn felbegeerde stempel bij een café. Het duurt even voordat ik er ben. Er is markt en de toeristen hebben geen oog voor een Galérien in wording. Terecht?
Op een betonnen paal, precies bij de marmeren streep in de weg waar de klim begint, ga ik even zitten. Ariane en Jip staan er met de auto. Mijn vrouw heeft een paar taartjes gehaald en een fles water. Heerlijk even uit het zadel, ontspannen eten. Iets wat ik nooit doe tijdens cylco's, maar nu hard nodig is. Ik gun mezelf de rust.
De derde route naar de top vrees ik het meest. De eerste kilometers zijn identiek aan de klim uit Bedoin, maar een paar kilometer voorbij St. Esteve (bij dé bocht!!!) kan je een weg in naar links, die over de berg naar de andere kant voert, om de laatste kilometers te rijden over de weg vanuit Malaucène.
Eigenlijk is het verboden om in te rijden, behalve voor bestemmingsverkeer.
Normaal gesproken komen er alleen mensen die werken in de bossen van de Ventoux en verdwaalde wandelaars. De enige fietsers op wegfietsen die er passeren zijn Galériens.
Ondanks alle waarschuwingen over slecht wegdek, schrik ik toch van de gesteldheid van het 'asfalt'.Grote gaten, smalle strookjes verharding, gruis en keien... Ik waan me een Tour-renner in de jaren dertig, die door een stofbril een begaanbaar pad zoekt.
De serene stilte van de verlatenheid wordt behalve door het geknerp van mijn banden, verstoord door een ander geluid, dat ik niet onmiddellijk kan thuisbrengen.
Ik draai mijn hoofd naar rechts… en kijk recht naar de dansende borsten van een vrouw die aan het 'paardje rijden' is op een hevig geschrokken man. Onmiddellijk slaat ze haar handen voor haar romp.
Mijn mond beweegt: 'Eh… bonjour….'

Ik draai constant de 28 en de 26. De weg is soms steil, rond de 10%. Ik voel me verdwaald. Waar ben ik? Hoe lang is het nog naar het asfalt dat me de laatste vijf kilometer naar de top zal brengen?
De zon brandt, mijn petje en shirt zijn doorweekt. Ik drink en drink, maar kan niet voorkomen dat de kramp zich vastzet in mijn rechterbeen.
‘Verdomme!' Ik sla met mijn vuist op de pijnlijke plek, probeer te rekken, maar het helpt niet…
Ben ik verloren, eindig ik hier… stopt hier mijn beproeving….
Enkele honderden meters loop ik, en probeer ik de kramp uit mijn dij te schudden…
Met moeite vind ik het zadel terug, mijn voeten klikken weer vast…
Ik fiets weer... ik adem nog... mijn hartslag is nog altijd niet te hoog geweest… Ik had meer moeten trainen… Hoeveel zou ik hebben getraind dit jaar… hooguit 3500 kilometer?? In ieder geval veel minder dan de afgelopen jaren. Te weinig?
Opnieuw een pijnscheut. De Berg test me nu echt en drijft me regelrecht in de armen van mijn zwaktes.
Of is het mijn verstand? Of is mijn rede een alibi om op te mogen geven?
Nee!! Ik denk aan Ariane en Jip, die vermoedelijk staan te wachten en wellicht al ongerust zijn? Deze onbekende weg, dit keienpad gaat me niet nekken, toch? Hoe ver nog? Doorzetten, om hen, om wie ik ben, om alles waarvan ik deel uit maak, om wat ik nooit geworden ben... om onsterfelijkheid… om de zelfkant van de Berg… Galérien…
Ik hoor auto's remmen, de weg kan niet ver meer zijn... De weg is minder hellend… daar is een hek... Jippie! Ariane!!
`Dit is meer iets voor de ATB...', snauw ik: `Kramp gehad… God, wat een kloteweg...'
De route forestière heeft wel iets heroïsch, maar wie een ‘lekkere fietstocht' wil rijden kan het pad beter mijden. Ik doe een droog zweetshirt aan, verruil het petje voor een hoofdband, kus vrouw en kind en hijs me krampontwijkend voor de derde keer naar de top. Opnieuw kan ik het niet laten om de tijd uit te rekenen. Meer dan twee uur en twintig minuten. Oefff!

e-max.it: your social media marketing partner