Trots - Malaucène

Artikelindex

Malaucène
Na een ontbijt, liefdevol de vorige avond door m’n zus klaargemaakt, stap ik op de fiets. Het is nog donker en vrij koud. Zo te merken slaapt, op de bakker na, heel Malaucène nog. Als alles goed gaat ben ik hier over een aantal uur weer terug. Langzaam rijd ik de laatste lichtjes voorbij en kom in de totale duisternis terecht. Ik heb geen idee hoe hard ik op het moment rijd aangezien ik amper iets kan zien. De weg zelf kent voor mij geen verrassingen meer: die ken ik zo langzamerhand uit m’n hoofd. De laatste keer was minder dan anderhalve week geleden.
Na drie kilometer in de duisternis komt er opeens vanachter een groot licht te voorschijn. Het zijn mijn ouders in de auto, die de komende kilometers als een baken van licht achter me zullen aanrijden. Hoe hoger ik kom, hoe mooier het uitzicht: rechts zie je diep in de duisternis de lichtjes van Avignon en Orange.  Een werkelijk prachtig gezicht.
Langzaam komt ook de zon op en wordt het lichter. Na acht kilometer is het licht genoeg om alleen verder te gaan en rijdt de ‘volgauto’ me voorbij. Nog twee kilometer voordat misschien wel het zwaarste stuk van de totale tocht eraan komt. Vier kilometer met gemiddeld 10% stijging: hier heb ik het al vaker moeilijk gehad en ik ben benieuwd hoe het vandaag gaat. Het is in ieder geval wel een goede indicatie over hoe de ‘benen’ vandaag zijn. Het valt me eigenlijk alles mee, ondanks dat ik me wel inhoud - ik moet per slot van rekening nog een kleine honderdnegentig kilometer fietsen - gaat het heel aardig. Na de zware vier kilometer kan ik op weg naar Mont Serrein even bijkomen.
Bij Chalet Liotard staan mijn ouders weer; ik stap even af en eet twee bananen. Ik lig nog precies op schema: 1 uur en 5 minuten ben ik nu onderweg, als ik zo doorga kom ik rond de geplande 1 uur en 40 minuten aan.

De zon rijst steeds hoger in de lucht, ik probeer een wedstrijd met hem te houden wie het eerste op 1912 meter is. Het blijkt een onmogelijke taak: hoe hard ik ook m’n best doe, de zon stijgt sneller dan ik en bereikt als eerste de top van de Ventoux. Niet veel later kom ik ook boven. Na 1 uur en 43 minuten. Drie minuten langzamer dan gepland, maar daar kan ik me niet echt druk om maken. Ik ben volgens mij de eerste fietser vandaag en misschien later op de dag wel zo’n beetje de laatste.
Ik trek een windjack aan en daal om half acht precies de berg af naar Bedoin. Onderweg kom ik drie fietsers tegen die de berg proberen te bedwingen. Ze kijken me alle drie met ongeloof aan… dat iemand nu al weer naar beneden gaat. De afdaling verloopt vrij soepel, alleen moet ik na vier kilometer hard in de remmen, omdat een kudde geiten de weg verspert.  
Om vijf minuten voor acht rijd ik de straten van Bedoin in. Mijn moeder heeft in de tussentijd snel even een paar eclairs gehaald. Want:  “dat eten die echte wielrenners toch ook?” Op het terras bij Relais du Ventoux drink ik snel een café en eet de eclairs op. Hier rustte Simspon ook even voor zijn fatale beklimming van de Ventoux. Ik moet die berg echter nog drie keer op vandaag en ben niet van plan om het loodje te leggen.

e-max.it: your social media marketing partner