Het verhaal van een kleine muis die de Reus versloeg - Vijfde beklimming

Artikelindex

Vijfde beklimming
In Sault is het 14°. Ik heb het nog altijd koud en trek mijn thermovest aan. De duisternis begint te vallen, dus moet ook de armverlichting weer aangebracht worden. Het is 20u10 als ik Sault verlaat voor de laatste beklimming. Ik weet nu al dat ik die vervelende zaklamp niet zal moeten gebruiken want de maan begint nu ook haar werk te doen.
De eerste kilometers kan ik op een groter verzet rijden. Dan schakel ik naar 39 x 24. Hiermee zal ik tot aan le Chalet Reynard rijden. Na vijf kilometer weet ik het voor het eerst zeker: ‘Heren inrichters van NBG De Kale Berg, mijn naam zal op jullie lijst terechtkomen’. Wat er ook gebeurt, ik weet zeker dat ik nu niet meer ga opgeven.
De aanwezigheid van de maan geeft deze allerlaatste beklimming een speciaal cachet. Het is best aangenaam. De benen draaien vlot op souplesse tot een drietal kilometer vóór le Chalet Reynard. Daar gaat het goed fout. Ik krijg opeens braakneigingen en ik moet van de fiets. Zeker twee minuten komt het speeksel me voortdurend in de mond. Om de haverklap moet ik spuwen. Ik moet net niet braken. Ik wil iets drinken, zelfs puur water krijg ik niet meer naar binnen. Dit mag zeker niet blijven duren. Ik kruip terug op de fiets, gelukkig verdwijnen de braakneigingen nu even snel als ze gekomen zijn.
Opeens wordt de rijweg fors breder. Ik weet dat ik nu nog slechts enkele honderden meter van le Chalet Reynard verwijderd ben. Dit is een ware verademing. Daar aangekomen staat Rogette op mij te wachten. Ik neem de tijd om even te stoppen en te bekomen vooraleer de laatste kilometers naar de top aan te vatten. Wij staan helemaal alleen op de immens grote parking, het geeft een vreemd beeld.
Ik begin nu aan het laatste stuk. Ik weet onmiddellijk dat dit niet goed zal gaan. Tijdens de eerste km voel ik al dat mijn benen vollopen, dit deugt niet. Ik weet dat er tot boven zeven inhammen zijn. Dit systeem hanteer ik om af te tellen. Ik kom aan de eerste inham. Nog zes tegaan en het gaat steeds moeizamer. Aan de tweede inham (Fontaine de la Grave) staat Rogette me weer op te wachten. Dit is voor mij een uitnodiging om nog eens voet aan de grond te zetten. Het is maar voor een half minuutjemaar toch, ik kan eens goed ontspannen.
Dan rijd ik voort, het wordt nu heel zwaar, ieder spiertje in mijn lijf voel ik. Dit mag toch niet lang meer duren. Ik verbijt de pijn en kom aan de derde inham, de vierde inham, de vijfde inham. De maan geeft het maanlandschap een zachte grijze schijn. Het voelt zo onwezenlijk aan. Als ik aan de zesde inham kom weet ik dat ik naar het monument van Tom Simpson toerijd. De rijweg zwenkt steeds maar naar rechts, het monument komt maar niet in zicht, alles doet pijn.
Opeens wordt de rotsmuur naast mij minder hoog en zie ik het monument in het maanlicht. Eindelijk. Mystiek is hier niet ver weg. Ik weet dat het nu nog 1200 m is tot de top en ik prevel binnensmonds ‘Tom, het gaat me lukken’. Misschien hoort Tom mij wel.
Ik ben nu op weg naar de zevende en laatste inham met het muurtje. De pijn in mijn benen is ondraaglijk geworden. Dit is niet meer te doen. Maar ik moet doorbijten. Na lang zwoegen kom ik aan de laatste inham. Daar staat Rogette weer op mij te wachten. Ik stop nog eens bij haar om te bekomen. Het observatorium heb ik van daar zomaar voor het grijpen. Dit kan niet echt zijn.
Ik kruip terug op de fiets. Wat een triomftocht moet worden wordt integendeel een marteling. Ik tel de witte stippellijnen langs de kant van de weg. Nog één voorbij, nog één voorbij. Zo gaat het verder tot ik de oriëntatietafel ontwaar. Ik weet dat de laatste haarspeldbocht honderd meter verder ligt. Ik neem die heel breed. Vóór mij zie ik het langverwachte bordes. Nog een felle inspanning en de verlossing is nabij.
Twintig meter vóór het einde zie ik het silhouet van Rogette met een rood lichtje ervoor. Het is de digitale camera die voor eeuwig zal vastleggen hoe ik over de meet kom: de rechterarm lichtjes omhoog met vijf uiteengestrekte vingers. Het is 22u32 als ik boven kom en de temperatuur is 7°. Mijn rijtijd voor de vijfde beklimming is 2u08’. Het stuk tussen le Chalet Reynard en de top heb ik afgelegd in 44’ hetgeen betekent dat ik compleet leeggereden ben. Boven vallen Rogette en ik elkaar in de armen. Ik pink enkele tranen weg. Het is me gelukt. Ik ben echter te moe om euforisch te worden.
Terwijl ik mijn windjack aantrek genieten we samen van de ontelbaar oranje getinte lichtjes diep in het hinterland van de Mont Ventoux. Een onvergetelijk moment om te blijven koesteren. Het is echter koud en ik vertrek naar beneden. Rogette rijdt gelukkig achter mij met de verstralers aan. Zo kan ik goed zien waar ik rijd.
Wanneer we in Bedoin aankomen is het 23u12’. Ik heb hiermee welgeteld 15u03’ op de fiets gezeten. In totaal ben ik 18u12’ op pad geweest. Ik ben uitgeput. We stoppen op de parking net vóór Hotel l'Escapade. We zien Jan Lemmens nog net de deuren van het restaurant sluiten. Ik zeg tegen Rogette: ‘Weet je nog toen we hier vanmorgen vroeg op deze zelfde plek de fiets aan het uitladen waren?’ Het mijmeren kan beginnen, en terecht, want vanaf nu ben ik Diable du Mont Ventoux.

e-max.it: your social media marketing partner