Een weekje Provence in mei... met vijf officieuze Cinglés tot gevolg... - Hanneke

Artikelindex

Hanneke
's Morgens om 6 uur gaat de wekker, maar al eerder zijn er mensen op. Dat was eerder deze week wel anders. De spanning is toch aanwezig. Goed ontbijten, spulletjes in orde en achter Chris aan naar Malaucène. Het gaat vals plat omhoog, dus vanavond lekker naar beneden. Bij de bakker, waar de startstreep ligt, moet ik ontzettend nodig plassen (en dat na 17 km fietsen). Gelukkig zijn er al cafés open en mag ik even van het toilet gebruikmaken. Het blijkt meer dan een plasje van de spanning en opgelucht fiets ik terug. Met z'n allen op de foto en dan ieder in z'n eigen tempo weg. Deze klim ken ik niet en ik rijd rustig weg. Een tijdje zie ik Albert en Chris, maar op een gegeven moment rijd ik alleen.
Het eerste stuk valt mee. Het is lekker fris en niet te steil. Dan plots 4 km van 10% en erboven. Oef, da's wel heel lang heel steil. Maar gelukkig zorgt het prachtige uitzicht voor afwisseling.
Achter me hoor ik al een tijdje iemand kraken (nou ja, zijn pedalen dan). Het is Jan die ongeveer hetzelfde tempo rijdt. Dan eindelijk wordt het wat vlakker. We naderen Mont Serein. Even rijd ik zelfs 27 km/u blijkt later, dat is me vanaf Bedoin nooit gelukt… Na de afslag is het weer uit met de pret. De bochten naderen en het wordt weer steiler.
Maar dan, na een paar km, komt de top in beeld. Veel later dan vanaf de andere kant, maar ook veel verder boven me. De weg slingert zich de laatste km naar boven en het wordt weer steiler. Jan heeft nog wat krachten over en rijdt op z'n Zoetemelks weg. Na 2.12 sta ik boven. Niet eens erg moe.
Snel ben ik weer op adem. Ook Gerard komt boven. Hij stoomt als gewoonlijk als een locomotief, maar is wel heel hard naar boven komen rijden. Armstukken aan voor de afdaling, slokje uit de bidon en op naar beneden. Het is in de ochtend nog best fris op de top en veel valt er niet te beleven. Bovendien hebben we nog heel wat km te gaan en die top gaan we hopelijk nog twee keer zien vandaag.
In de afdaling denk ik dat die eerste kilometers tot Simpson toch wel heel lang duren. Dan plots doemt Chalet Reynard op en heb ik het monument dus totaal gemist.
Nu komt een minder prettig stuk afdalen voor mij. Ik zie altijd graag wat er om de bocht gebeurt en dat gaat niet zo makkelijk in het bos. Bovendien zie ik slecht met al die schaduwplekken en beginnen er auto's naar boven te komen.
Afdalen is niet mijn favoriete onderdeel van het fietsen. Rustig, met een gangetje van 40, soms in de 50 km/uur rijd ik naar beneden. Vele fietsers komen mij tegemoet. Dat lijkt me wel leuk voor straks. Heb je tenminste een beetje afleiding, want verder valt er in het bos niet veel te beleven.
Even boven St. Estève kom ik Albert en Chris tegen. Meer dan een 'Hé hallo' komt er niet uit, dan zijn ze alweer verdwenen. Het laatste stuk rijd een stuk lekkerder naar beneden. Bij de fontein zitten Gerard en Jan al te wachten. Bij de bakker wordt versterking gehaald en na een minuut of 20, een kleine 3 uur na de start, beginnen we aan de tweede beklimming.
Het eerste stuk is rustig en ik haast me niet. Lekker infietsen en rondkijken. Gehijg dat naderbij komt geeft aan dat Gerard dit anders ziet. Na een sanitaire stop rijdt hij binnen no-time het gat dicht en gaat brutaal een half wiel voor me rijden. Samen rijden we tot St. Estève. Lekker zo'n gangmaker naast me. Helaas van korte duur, want na twee bochten steil rijd ik plotseling alleen.
Ook is de weg nu leeg. Af en toe komt er een halve prof voorbij, maar dat is het dan. Wel kan ik steeds een Vlaamse dame begroeten die als steun en toeverlaat voor haar partner steeds een stukje hoger rijdt met de auto en en passant mij ook aanmoedigt.
Dan komt er een Nederlander voorbij. Hij rijdt iets harder dan ik, maar lijkt het ook zwaarder te hebben. Hij blijft zo'n 20 meter voor me rijden. Plots begint hij te zigzaggen. Ik kom langzaam dichterbij. Als ik in zijn wiel zit, draait hij opeens zijn wielen 180 graden en daalt af. Op mijn 'wat krijgen we nou' antwoordt hij dat het niet meer gaat… Ik vind het ook zwaar worden en denk serieus dat twee keer op een dag ook mooi is. Een zwak moment. Dan eindelijk, eindelijk wijken de bomen en zie ik het maanlandschap verschijnen. Het wordt wat vlakker en daar ligt Chalet Reynard.
De eerste 4 km gaan me redelijk makkelijk af. Even bijkomen. Dan zegt het km paaltje 9.8% voor de komende km en wordt het bijten. Simpson krijgt een knik en dan het laatste rukkie naar boven. De laatste bocht helemaal buitenom, die auto wacht maar even.
Boven na 2.18 en ik heb het direct koud. Gelukkig staat Jaap er en heb ik 'm vanmorgen mijn shirt met lange mouwen gegeven. Met alleen mouwstukken wordt mijn romp veel te koud. Ik drink een beetje cola (smerig spul, maar je schijnt ervan op te knappen) en kom al snel weer bij.
Twee keer was eigenlijk nog best leuk, dus die derde keer moet er ook komen. Mijn zwakke moment 17 km lager is alweer vergeten. Hup, weer naar beneden en bij Chalet Reynard links aanhouden.
Het eerste stuk moet ik flink bijtrappen om een beetje boven de 30 te blijven. Vorig jaar heb ik hier met Cycletours naar boven gereden, na twee cols en 80 km in de benen. Toen ging het redelijk makkelijk. Nu staan de zaken toch wel anders. Er zit al heel wat in de benen en de billen voelen ook wat rauw aan na een week fietsen. Bovendien begon ik tijdens de tweede beklimming behoorlijk last van mijn knieën te krijgen. De pezen onder de knieschijf krijgen het aardig te verduren.
Na een tijdje dalen kom ik Albert en Chris weer tegen. Even later vliegt er iets in mijn oog. Met één oog afdalen is niet echt verstandig dus even de lens eruit en er weer in. Het klimmetje naar Sault zelf, aan het einde van de afdaling is pittig en erg warm met mijn lange shirt nog aan.
Op het plein wachten Jan en Gerard en met z'n drieën eten we op een terras een welverdiend stuk appeltaart.
Boven aan het afdalinkje wordt de tijd weer opgenomen en starten we met de derde beklimming. Reed ik vorig jaar op mijn tweede blad, nu blijkt de triple toch lekkerder voor de benen en vooral de knieën. Ook ga ik regelmatig staan om het achterwerk te ontlasten. Al pratend rijden we met z'n drieën naar boven.
Het wordt nu wel echt zwaar. De laatste kilometers tot het Chalet zijn gelukkig wat vlakker. Dan nog even 6 km de tanden op elkaar. Ons groepje valt uiteen. Jan ruikt de stal en vliegt er vandoor. Ik probeer nog in het wiel te blijven, maar dat is niet te doen. Hij is echt ontketend. Alleen rijd ik verder. Voor mij rijden een paar jongens met iets ander materiaal en kleding. Een jongen stapt af en wandelt verder. Tot hij mij opmerkt. Dat kan natuurlijk niet, ingehaald worden door een vrouw... Hij grabbelt zijn laatste krachten bij elkaar en kruipt weer op de fiets. 3 km lang cirkelt hij zo'n beetje om me heen. Al hijgend en piepend (zijn fiets). Eerst wel amusant, later een beetje vervelend, want ik word naar het midden van de weg geduwd. Uiteindelijk is zijn tankje dan toch leeg en verdwijnt hij.
Mijn tankje is ook wel aan z'n laatste druppels bezig. Ook geestelijk gaat het niet helemaal goed meer, want ik ben kilometers aan het tellen. Dat doe ik anders nooit en nu gaat het ook nog mis Als ik denk dat ik er nog 2 moet, blijken het er nog 3 te zijn en dat is een flinke mentale tegenvaller. Ook fysiek komt dit niet zo goed uit. Na Simpson beslis ik dat dit niet leuk meer is. Dit is geen fietsen meer, meer zwoegen.
Natuurlijk kom ik wel boven, maar ik moet deze keer toch even serieus bijkomen. De tijd, 2.08, valt alleszins mee. Eten kan ik niet, drinken is beter. Na een kwartiertje uitpuffen en aan Nederlanders, die van Malaucène komen met de auto, uitgelegd te hebben dat er drie verschillende kanten zijn ('Oh, we hadden het monument van Simpson al niet gezien, was de reactie…'), wordt het tijd voor de laatste afdaling.
Dan blijkt hoe moe ik eigenlijk ben. Ik ben niet echt meer geconcentreerd en als je al geen rasdaler bent, is dat niet zo handig. Bovendien krijg ik halverwege berehonger. Maar even een plakje Friesche koek eten en even bijkomen van al dat gerem. Het laatste stuk gaat beter en ik haal zelfs een auto in. Weliswaar een camper, maar dat doet er niet toe.
Opgelucht krijg ik na 8 uur en 38 minuten op de fiets de bakker weer in het vizier. De laatste 17 km rijd ik achter de ruggen van Jan en Gerard. Zeer voldaan komen we weer thuis. Dat ik een nachtje met een kussen onder de knietjes moet slapen en de volgende dag na 12 km fietsen zo'n pijn heb dat ik omdraai en lekker in de tuin ga zitten, zijn bijzaken. Dat gaat vanzelf wel weer over. Ik ben cinglé.
Weliswaar onofficieel, want niet volgens de regels van dhr. Pic (stempelen, kaderplaatje, aanmelden), maar dat boeit niet. Ik heb het gered en ben een beetje trots op mezelf. En zeker ook op de anderen. Vooral Jan en Chris die de Ventoux zonder enige kennismaking niet één, maar direct drie keer oprijden!!

 

e-max.it: your social media marketing partner