"De dag des oordeels" - Ready, Pang, Go

Artikelindex

Ready, Pang, Go, de ploegleider schiet ons los; we slaan elkaar, begeleid door bemoedigende woorden, op de schouders en weg zijn we.

Antoine Poulet laat het gelijk voor wat het is en trekt vanaf meter één z'n eigen plan. Denk aan die hartslag, Antoine!

Ook Boonen laat het al vrij snel lopen en dat verbaast me nogal om eerlijk te zijn. Het is goed om voorzichtig te zijn, maar het kan toch niet zo zijn dat hij, mr. Mont-Ventoux, het nu al zwaar heeft.

Met de overige zes koersen we verder. Philippe sleurt in een strak tempo aan kop en de rest zoekt naar de juiste cadans. Lucien van Impe is druistig, ik zie het aan hem; hij kan niet wachten tot het echt gaat beginnen. Hij is net een jonge hond die in z'n mand moet blijven.

Na zes kilometer bereiken we de bocht van Saint-Estève; dit is het moment waarop iedereen heeft gewacht. Vanaf nu is het ieder voor zich, vrouwen en kinderen eerst. Eenmaal door deze bocht wacht 10 km bos, gemiddeld stijgingspercentage 10%; ga er maar aan staan.

Na minder dan 50 meter moet ik er al af; de rest rijdt door, al zie ik dat er al flink geharkt wordt. Wat een domper; nog 15 km tot de top en als het dan echt begint lig ik er al na 50 meter af. Knak!

Een paar meter voor me zie ik ook Valverde en Lucien van Impe breken; zij moeten lossen bij Philippe en mooie Mario. Voordat we goed en wel 100 meter in dat beruchte bos zitten, gaat mooie Mario alleen verder en verkiest ook Philippe zijn eigen tempo te rijden.

Wat een hel is dit; er cirkelen nu al vliegen rond m'n kop en ik kan me bijna niet voorstellen dat ik dit daadwerkelijk vol ga houden.

Als we eenmaal een paar bochten verder zijn begin ik wat vertrouwen te krijgen Ik zie dat de jongens voor me niet zijn uitgelopen en dat ik mooi op zo'n 100 meter achter mooie Mario aan het elastiek blijf hangen. Een kilometer of drie in het bos zie ik Van Poppel langs de kant staan; hij stapt weer op als hij Lucien, die ik ondertussen ben genaderd, en mijzelf ziet aankomen. Van Impe is de eerste die eraan gaat; hij lijkt al kapot te zitten en ook voor hem wordt het waarschijnlijk nog een lange lijdensweg.

Ik kan het niet nalaten om in het voorbijfietsen te vragen of hij deze grijns bedoelde, toen hij vanochtend van zijn droom vertelde... Ik meen iets te horen knakken kort achter me, maar zal me wel vergist hebben. Het geeft me moed; Lucien was echt een maatje te groot voor me de afgelopen dagen.
Een paar bochten verder zit ik plots bij Valverde in z'n wiel; wauw, dat had ik niet durven dromen. Hij is me normaal gesproken toch ruimschootsl de baas in de bergen en ik had hem zeker tot de kanshebbers voor de zege gerekend vandaag. Ik besluit mijn eigen tempo te blijven fietsen als hij nog een keer versnelt en dat blijkt een verstandige keuze. Als ik 50 meter verder weer bij hem kom is het erop en erover.

Philippe zit nog maximaal 50 meter voor me en zal daar, zo blijkt later, tot Chalet Reynard blijven zitten. Dit geeft me verschrikkelijk veel zelfvertrouwen; voor het eerst doe ik serieus mee met de grote jongens in de bergen. Ik voel dat ik ook Philippe dichter kan benaderen, maar besef me tegelijkertijd dat ik dat niet moet doen, want als ik mezelf opblaas is het klaar.

Het wordt zwaarder en zwaarder, zo zwaar zelfs dat ik mezelf een kilometer voor Chalet Reynard beloof af te mogen stappen als ik uit het bos ben, om wat te drinken en even te rusten. Ik weet het, als ik afstap telt ie niet, zoveel is me wel duidelijk geworden, maar het interesseert me op dit moment echt geen ene reet.

Als ik eenmaal uit het bos kom is het natuurlijk geen serieuze optie meer om daadwerkelijk af te stappen, maar ik had dat vooruitzicht blijkbaar nodig om over het dode punt heen te komen.

De ploegleider staat regelmatig op strategische plekken langs de kant


De ploegleider staat regelmatig op strategische plekken langs de kant. Hij voorziet me van een nieuwe bidon, maakt een paar foto's, en laat me ondertussen nog even weten wat er voor en achter me gebeurt in de koers. Het moment dat je het bos uitrijdt en het magistrale uitzicht aanschouwt is bijzonder, zo zegt men. Pas dan zie je hoeveel hoogtemeters je al hebt afgelegd. Ik krijg er echter weinig van mee, om eerlijk te zijn. Ik zie geen kilometerpaaltjes, geen stijgingspercentages, geen vergezichten, geen observatoire, zelfs de ploegleider rijd ik een keer bijna omver. Ik ben zo fucking gesloopt dat ik alleen maar asfalt zie, asfalt, asfalt en nog eens asfalt. Af en toe schiet er een koude scheut door m'n lijf en ik weet op dit punt eigenlijk niet meer of ik het nu warm of koud heb. Wat een hel!

De laatste kilometers gaan volledig aan me voorbij; ik kom in een soort van trance, waarbij het rondduwen van de pedalen het enige is waar ik mee bezig ben. Het monument van Tommie Simpson heb ik niet eens opgemerkt.

Dan opeens hoor ik een stukje boven me gejoel en geschreeuw... Hansi, Hancellara, come on, nog 100 meter.

Ik krijg kippenvel, ga prompt weer iets harder fietsen, ik ben er, ik heb het gehaald.

Philippe en mooie Mario staan klaar voor de high-fives en de laatste aanmoedigingen. De ploegleider legt de laatste meters uitvoerig vast op foto. Als ik van mijn fiets stap doet het acuut overal pijn; ik kom niet meer aan mijn adem en wil alleen maar zitten en koud water in mijn nek voelen. I FUCKING DID IT!


Eenmaal op adem hoor ik mijn tijd: 1 uur en 48 minuten, i'm a proud man! Mooie Mario was 2 minuten eerder en Philippe zat daar weer 2 minuten voor. Hij heeft het dus toch weer geflikt en is mooie Mario nog ergens voorbij gejaagd. Naar ik achteraf hoor heeft hij de laatste kilometers zelfs nog gezongen: Who's your fucking Daddy, who's your fucking Daddy...

Who's your fucking Daddy...

Dan verschijnt Valverde in beeld. We schreeuwen, klappen en moedigen hem aan tot hij over de meet is. Hij zit 3 minuutjes achter me en dat had niemand verwacht, hijzelf ook niet, denk ik. Weer even later zien we Lucien van Impe de hoek om komen. We beginnen weer te schreeuwen, totdat iemand roept: dat is godverdomme Antoine Poulet. Ongeloof maakt zich van ons meester, tweeëneenhalf uur hadden we voorspeld voor Poulet, maar hij is precies binnen 2 uur boven. Daarbij heeft hij Boonen en Van Impe van zich afgeschud. Wat een prestatie! Misschien toch maar eens zo'n hartslagmetertje aanschaffen volgend jaar, zie ik er een aantal denken.

De aanmoedigingstaferelen herhalen zich: Van Impe arriveert na 2 uur en 5 minuten, en Boonen tikt aan op 2 uur 12 minuten. Respect mannen!

Ik besluit even naar m'n meisje te bellen. Als ik haar aan de lijn heb krijg ik een brok in m'n keel en kan niets meer zeggen. Het besef hoe idioot diep ik ben gegaan dringt nu pas tot me door. Mooi moment. Als ik weer een beetje tot mezelf ben gekomen begin ik steeds meer van het uitzicht te genieten, van alle fietsers die bovenkomen, ieder op z'n eigen manier, en van alle mensen die daarboven op hun helden staan te wachten.

Na uiteindelijk een kleine drie uur verschijnt JP van Poppel om de hoek; wie had dat gedacht. Ondanks een paar keer afstappen heeft hij het toch maar mooi geflikt. Hij had net zo goed dood van z'n fiets kunnen vallen maar dat telt nu niet meer; bloemen voor die man!

We rusten nog wat, roken een sigaretje en maken ons gereed voor de afdaling.

De foto's zijn geschoten, de winterjasjes om het bezwete lijf en na nog even bij het monument van Tommie Simpson gestopt te zijn, dalen we weer af naar Bedoin. Fantastisch!

Na Bedoin besluiten we terug te gaan naar het huisje, BBQ'en en een potje bier drinken.

De laatste kilometers van de week, iedereen is doodop, moe maar voldaan.

Zoals Rinus Michels zei in 1988, "we zullen het nooit, nooit, vergeten....."


Pin It
e-max.it: your social media marketing partner